Ik had me verheugd op de Tour de France. Heerlijk, echte sport, genieten, zeker na een WK voetbal dat het aanzien nauwelijks waard was, en slechts een kijkcijferkanon werd, omdat Oranje met betonvoetbal de finale haalde. Nee, nu ging het echte werk beginnen. Heroische strijd, prachtige sport. Armstrong. Contador, de broertjes Schleck, Mentsjov, Evans, Gesink misschien; de strijd om het geel zou spannender worden dan ooit.
En werd het dat? Nee. Natuurlijk hebben we voor het eerst sinds lange tijd een Nederlandse klasbak in de top-10, maar zit ik op het puntje van mijn stoel? Nee. Vandaag werden me ook weer gouden bergen beloofd, maar zag ik vooral diepe dalen. De etappe was op papier prachtig, finish op de Tourmalet, 8 seconden tussen de nummer 1 en 2, en een weersvoorspelling die voor apocalyptische beelden zou kunnen zorgen. Ik zag het al voor me. Een inktzwarte lucht, donder en bliksem, en de eenzame renner als een onbeduidend stipje op een monsterlijke berg strijdend tegen de ruige elementen, zichzelf en zijn tegenstanders. Topsport op de top van de Tour. Maar helaas. Het werd een ontgoocheling, een val in het ravijn van de verschrikkelijke voorspelbaarheid. Zelfs het weer deed niet wat het moest doen.
Of het niet prachtig is dat de nummer 1 en nummer 2 van de Tour de France samen als leiders de Tourmalet op fietsen? Nee. Want het was een soort van hand in hand kameraden. Geen strijd, maar een status quo. Geen man tegen man, maar just the two of us. Schleck kon niet meer harder, Contador wilde niet sneller. En de uitslag van de etappe was net zo voorspelbaar als een aflevering van Mega Mindy. Daar had je niet eens een gok-Chinees voor nodig. Contador droeg immers het geel, omdat hij er laatst tussenuit kneep toen Schleck zijn ketting eraf liep. En ondanks een jankvideo met excuses wist de Spanjaard dat hij nog een gebaar moest maken om vrienden voor het leven te blijven met de renner van Saxo Bank, en zijn Tourzege veilig te stellen.
Het was een scenario dat zelfs de slechtste cineast had kunnen verzinnen. Alleen had die slechtste cineast de finish wel op een echte finale laten lijken. Met een sprint, ja voor mijn part met een sur place op 1 centimeter van de meet, waarbij Contador uiteindelijk omvalt. Nu werd er niet eens gestreden, zelfs niet gesprint, maar reden de geflikte Luxemburger en de berouwvolle Spanjaard zomaar over de streep alsof het een onbeduidend trainingsritje op de Cauberg betrof. Het was vloeken op de legendarische Tourmalet, waar helden werden geboren en reputaties sneuvelden. En het was minachting voor de miljoenen wielerliefhebbers, die urenlang naar een wedstrijd hadden gekeken die eindigde in een parodie op handje-klap. Mijn applaus bleef uit.
Nog drie dagen. Het worden geen drie dolle dagen, maar aftellen naar een bloedeloos einde van een Tour die qua spektakel nog vlakker was dan de Zeeuwse wegen. Bordeaux, tijdrit, en dan de geprogrammeerde, toeristische VVV-rondjes in Parijs.
Het WK voetbal was weliswaar allesbehalve verheffend, in de finale ging het in elk geval nog ergens om. Nu niet. Of zou Mart Smeets het nog spannend weten te maken…
Veel meer over de Tour de France op BN DeStem.
Vul op BN DeStem de stelling in De Tour de France is maar een saaie bedoening: